Circulaire Economie voor Infratechniek

Op 17 september 2019 organiseerden ASTRIN, Vereniging Straatmeubilair, Techniek Nederland en VNVF de Masterclass ‘Circulaire Economie en verduurzaming producten in de infrastructuur’ voor hun leden. Onder leiding van Jan-Henk Welink, van het Kennisplatform Duurzaam Grondstoffenbeheer (TU Delft), werd er gesproken over de gevolgen van de ambities binnen Nederland op het gebied van circulariteit voor de infratechniek branche.

Jan-Henk Welink (TU Delft) trapte de bijeenkomst af met inzichten op de huidige situatie van snelle uitputting van grondstoffen; een risico voor de branche, omdat er steeds meer tekorten ontstaan. De belangrijkheid van transitie van een lineaire naar een circulaire economie, het ‘cyclusdenken’ en daarbij de toepassing van de 6 R’s (Re-use, re-manufacturing, re-cycle, etc.), zal voor bedrijven steeds belangrijker zijn om te blijven bestaan en toekomstbestendig te worden. Hierbij zal de nadruk moeten liggen op het ontwerpen en circulair inkopen van producten.

CIRCO’s visie op een circulaire economie is dat dit het resultaat is van circulair onder-nemen door het ontwikkelen van circulaire proposities en design. CIRCO ondersteunt en helpt bedrijven op weg naar circulair ondernemen.
‘De huidige economie vraagt om een nieuwe benadering’; zo stelt Thirza Monster, trainer bij CIRCO. ‘Breng kansen binnen de eigen keten in kaart en toets waar het grootste waardeverlies zit. Daaruit formuleer je ambities en pas je circulaire ideeën toe.’ Door een concreet stappenplan op te stellen, en te selecteren op circulaire kansen binnen de eigen keten, kan nieuwe business gegenereerd worden en kan de waarde van een product langer behouden blijven. De CIRCO aanpak is toegankelijk en effectief.

Ook bij RWS zijn er speerpunten en ambities geformuleerd, op het gebied van circulair wegmeubilair, om daarmee tegemoet te komen aan de problematiek op het gebied van grondstoffen schaarste, afvalproblematiek en CO2 besparing. Anneke van Leeuwen, Innovatie adviseur duurzaamheid bij RWS, lichtte de circulaire ontwerpprincipes, onderverdeeld in drie niveaus (preventie, waarde behoud en waarde creatie) toe. Deze principes worden reeds toegepast in huidige projecten binnen RWS, maar ook in nieuwe ontwikkelingen.

Aansluitend op de geformuleerde speerpunten vanuit RWS, en met de huidige risico’s voor de branche, heeft de VNVF aanleiding gezien voor het ontwikkelen van een nieuwe standaard in relatie tot duurzaam en circulair inkopen. Met de ontwikkeling van de VNVF Duurzaamheidsindex Verkeersborden door CE Delft, ontwikkelen zij een methodiek die moet bijdragen aan een toekomstbestendige kwaliteitsstandaard voor verkeersborden; Ultimate Signing 2020. Gertjan Eg, voorzitter van de VNVF, geeft aan met deze standaard te voorzien in een branche brede LCA-berekenmethodiek met circulariteit als uitgangspunt.

De Masterclass werd afgesloten met een forumdiscussie. Centraal daarin stonden onder andere de praktische uitvoerbaarheid en dagdagelijkse problemen die bedrijven ondervinden. Merkbaar is dat de urgentie van circulariteit groeit. Te vaak blijft het nog bij ambities en te weinig bij doen. Met name bij veel lagere overheden ontbreekt het aan het invullen van de landelijke ambities en doelstellingen.

Er valt winst te behalen in het onafhankelijk zijn van steeds schaarsere grondstoffen, maar er is nog veel onwetendheid en gebrek aan daadkracht. Nederland maakt goede stappen voorwaarts ten opzichte van het buitenland, maar er is nog veel werk te verrichten.

 

Deze Masterclass was een initiatief van: