André Keijser (voorzitter stuurgroep Standaardisatie): De blik vooruit

André Keijser (voorzitter stuurgroep Standaardisatie): De blik vooruit

De afgelopen jaren is er op het gebied van standaardisatie veel bereikt. Wat staat er momenteel nog op het actielijstje van de ASTRIN-stuurgroep? We vroegen het voorzitter André Keijser. “Het is nadenken over nieuwe standaarden én de manier waarop die tot stand komen.”

Standaardisatie is een kernkwaliteit van ASTRIN, zegt voorzitter Willem Hartman in zijn column. Hoe ziet jullie agenda er op dit ogenblik uit?

“De standaardisering van dynamische openbare verlichting wordt nu afgerond, met het oprichten van een beheerstichting. De eerste systemen volgens de nieuwe standaard komen begin 2014 op de markt. Daarnaast denken we mee over het dimmen van verkeerslichten en over de ontwikkeling van het Intergroen -concept. Voor de rest is het ook veel vooruit kijken. Er is de afgelopen tijd veel afgerond, het is nu zaak om een nieuwe actielijst op te stellen.”

Aan wat voor thema’s moet ik dan denken?

“We zijn als stuurgroep bijvoorbeeld bezig om te inventariseren wat de verwachte doorbraak van in-cartechnologie aan kansen en opgaven met zich meebrengt voor standaardisatie van voertuig-wegkantcommunicatie. Een heel nieuw type vraagstuk, waarin de auto-industrie een natuurlijke voortrekkersrol heeft en die in eerste instantie vooral op Europees niveau speelt. Maar die uiteindelijk wel naar de Nederlandse situatie vertaald moet worden. Bijvoorbeeld naar een nieuwe standaard voor wegkantstations. Die krijgen straks een fundamenteel andere rol, waar RWS al nadrukkelijk op anticipeert. Maar hoe die transitie de komende jaren precies vormgegeven moet worden, daarover is nog veel onduidelijk.”

Welke rol zie je daarbij voor ASTRIN weggelegd?

“Standaardisatie is bij uitstek een branchebrede aangelegenheid. De overheid kiest er bij nieuwe standaardisatietrajecten inmiddels ook bewust voor om via ASTRIN een brede vertegenwoordiging van ‘de markt’ te betrekken. Dat is mooi, want zo kun je de voordelen van standaardisatie optimaal benutten. Het kan een level playing field creëren, waarmee de overheid de leveranciersafhankelijkheid vermindert en daarmee op termijn geld bespaart. Mits je goede afspraken maakt, want standaardisatie is een proces met een complexe dynamiek.”

Waarin schuilt die complexiteit?

“Je moet je realiseren dat ‘de markt’ niet bestaat. Althans, niet als een eenvormige entiteit. De overheid heeft te maken met tal van partijen, groot en klein, die deels dezelfde belangen hebben maar die ook gewoon hun brood moeten verdienen. Dat hoeft standaardisatie zeker niet in de weg te staan, dat hebben we de afgelopen jaren wel bewezen. Maar het vraagt wel om zorgvuldige spelregels. Een voorbeeld: standaardspecificaties vrijgeven heeft pas zin als ‘de markt’ ervan uit kan gaan dat er ook daadwerkelijk bestekken met deze specificaties op de markt gaan komen. Zo niet – en dat is in tijden van bezuinigingen een heel reëel scenario – dan kan het averechts werken. Dan kan het bijvoorbeeld zijn dat alleen enkele heel grote partijen met veel R&D budget de gok wagen om wel alvast de benodigde technologie te ontwikkelen. Waarmee het playing field dus niet groter en dynamischer wordt, maar juist minder toegankelijk.”

Het is dus niet alleen nadenken over standaarden, maar ook over hoe je tot zo’n standaard komt?

“Dat is zeker een belangrijk thema voor ons. Ook met het oog op het nieuwe kwaliteitssysteem dat de overheid invoert, onder SCB. De kern daarvan is dat straks niet validatie van het systeem of delen daarvan doorslaggevend is, maar dat voor elk project de totale keten geaudit wordt. Die aanpak heeft voordelen, maar er kleeft ook een risico aan. Omdat elk project anders is, zal er door de hele keten heen regelmatig flexibiliteit van opdrachtnemers verlangd worden, om hun producten aan te passen aan de architectuur of andere apparatuur in dít specifieke project. Dat kan standaardisatie lastiger maken.”

Maar nog steeds de moeite waard?

“Absoluut, ik blijf enthousiast over standaardisatie. Persoonlijk ben ik al jaren een vurig pleitbezorger van een open standaard/source dataprotocol via ethernet, waarmee je één taal kunt creëren voor álle apparatuur langs en boven de weg . Voor de overheid is standaardisatie een manier om de leveranciersafhankelijkheid te verminderen en geld te besparen; voor ons als markt een prikkel om scherp te blijven en een manier om nieuwe markten aan te boren en in Europa mee te blijven spelen. Met de juiste afspraken is het een klassieke win-winsituatie.”

Link naar artikel DOV

Link naar artikel Intergroen

Posted in: